Ik sta voor de klas in het middelbaar onderwijs, ik geef geschiedenis. Een van de meest gehoorde opmerkingen wanneer ik vertel dat ik docent ben, is uiteraard ‘lekker veel vakantie, hè’. Klopt, ik heb lekker veel vakantie waarin ik de toetsen/examens van de toetsweek ervoor nakijk (117 dit jaar), mijn lessen voor de weken erna voorbereid en probeer bij te komen van zes enerverende weken met 32 pubers in een klaslokaal van zeven bij zes meter.
Wanneer u met uw handen in het haar klaagt dat er geen beginnen aan is met de houding, streken of brutaliteit van uw kind, bedenk dan dat ik per werkdag relatief meer tijd met hem of haar doorbreng dan u, keer 32 kinderen per lesuur. Vandaar dat wij docenten met de tong op de grond sloffen van vakantie naar vakantie, maar laat ik eerlijk zijn, ik geniet van iedere seconde van mijn vak.
Die vakantie is wel echt nodig om weer op te laden. De zomervakantie ligt alweer een aantal weken achter ons en de herfstvakantie is in zicht. Ik maak me op voor een grote reis dit keer. Ik maak lijstjes van wat er meegenomen moet worden en daar staat veel elektronica op. Mobiele telefoons, laptop, e-reader, smartwatch, draadloze oortjes en draadloze speaker en digitale fotocamera. En uiteraard voor alles een andere oplader. Veelal zaken om in contact te blijven met thuis, terwijl we er eigenlijk juist even ‘uit’ wilden. Ook maak ik een Polarsteps aan. Een app waarin ik en mijn reisgenoot onze belevenissen vastleggen met foto’s, video’s en tekst en het thuisfront letterlijk mijn mobiele telefoon volgt en elk moment weet waar ik ben.
Het ligt in mijn aard als geschiedenis docent om altijd het verleden te beschouwen, ook het recente verleden en te vergelijken met het heden. Ik kan me nog herinneren hoe wij vroeger in de rij stonden voor de telefooncel op de boulevard aan een Spaanse Costa met een handvol muntjes om een paar keer per week opa en oma te vertellen dat het hotel prachtig was, het weer heerlijk warm en het zwembad superleuk. Of we vriendinnetjes hebben gemaakt? Ja hoor, oma, er is… en dan waren de muntjes op. Daar moesten ze het thuis mee doen. Foto’s konden ze een paar dagen na terugkomst zien als ten minste het rolletje niet overbelicht was en het grootste deel van de belevenissen niet in een vage mist op het fotopapier terechtkwam.
Alle tickets en benodigdheden werden op papier in een mapje meegenomen. Eerst werd geld gewisseld en de vier verschillende muntsoorten die nodig waren in een grote portemonnee verdeeld over meerdere vakjes en werden cheques meegenomen. Bij de ANWB werd een wegenkaart gekocht van het gebied waar we moesten zijn en werd eerst een postkantoor opgezocht bij aankomst zodat we wisten waar we cheques konden inwisselen. En bellen naar huis was dus sporadisch. Niet raar dat opa en oma altijd bezorgd waren wanneer we weggingen. Steevast kreeg je in de telefooncel aan de Costa ook te horen dat er bosbranden in Madrid waren en of we wel uitkeken. Licht geïrriteerd zei je dan vanwege de kleine hoeveelheid muntjes maar niet dat we in Barcelona zaten en dat Madrid heel ver weg was.
Nu pin en betaal je met je mobiel en zitten je tickets in je mobiel. Je zoekt met google maps waar je moet zijn, je maakt je foto’s met je mobiel en stuurt ze direct door via whatsapp of plaatst ze op social media, hashtag lekker makkelijk. In mijn geval bel, whatsapp, facetime en polarstep ik dagelijks met thuis. Een ​stuk minder avontuurlijk en romantisch is het reizen geworden, maar wel veel eenvoudiger. Desondanks krijg ik nog steeds van mijn moeder te horen in de dagelijkse gesprekken hoe gevaarlijk het land is waarin ik me bevind en dat ik vooral moet oppassen. Sommige dingen veranderen nooit.
Mocht u weggaan in de herfstvakantie, heel veel plezier alvast en succes met uw puber. En wanner u lekker thuisblijft, geniet ervan.
| Janine Brandsen